dinsdag 17 oktober 2017

vakbroeders fragmentenbingo

De naam Eduard Huis in’t Veld kende ik al lang voor ik in Hilversum kwam werken. Als Limburgs ventje keek ik naar Nederland Muziekland, Veronica’s Strandrace, Op Jacht naar de Schat en de Rock Night. Al op jonge leeftijd was ik bovenmatig geïnteresseerd in de magie van de televisiewereld en dus bleef ik altijd zitten tot de aftiteling, die in de jaren ’80 nog aan het eind van elk programma in een rustig tempo voorbij kwam. Daarop stond dan steevast bij alle programma’s die ik cool vond dat Eduard Huis In’t Veld de regie had gedaan.
Toen ik zeventien was heb ik eens gesolliciteerd bij Club Veronica Kids. Die dag mislukte hopeloos. Met mijn zwaar Limburgs accent kon ik niet op tegen al die snelle stadskinderen uit de Randstad en het Gooi. Bovendien liep ik in het begin van de ochtend al met een vol bekertje Chocomel tegen de glazen hoofdingang van het Veronicapand op het Laapersveld, waardoor ik de rest van de dag een lullig grote bruine vlek op mijn nieuwe O’Neill-trui had. Het enige wat deze dag speciaal maakte was de ontmoeting met de grote Eduard Huis In’t Veld. Dat bleek een ontzettend aardige man te zijn die met veel passie en vuur over zijn vak kon vertellen.
Daarna duurde het nog ongeveer twintig jaar voor ik ook zelf kon ontdekken hoe prettig het is om met deze zeer ervaren regisseur te mogen werken, maar sindsdien komen we elkaar een paar keer per jaar tegen. Zo mag ik al een aantal jaren met hem samenwerken tijdens Pinkpop en dat is natuurlijk altijd een feestje.
Een paar maanden geleden plaatste Eduard op zijn Facebookpagina een unieke oproep. Hij wilde weten of er collega’s waren die eens een avondje, aan de hand van wat fragmenten, wilden discussiëren over ons mooie vak. Daarmee ontketende hij een potentieel Project X, want zoveel positieve reacties had hij nooit verwacht. Binnen een paar dagen waren er tweehonderd dolenthousiaste aanmeldingen. Gelukkig kent hij genoeg mensen die van een gezellig avondje in de kroeg ook een groots evenement kunnen maken en dus zaten er gisterenavond in Studio 31 op het Hilversumse Mediapark meer dan honderd cameramensen, regisseurs, geluidsmensen, redacteuren, producenten, autocue operators en verslaggevers voor de allereerste ‘Vakbroeders Fragmentenbingo’. De enige presentator in de zaal was Paul de Leeuw, die zichzelf spontaan had aangemeld om dit heerlijk avondje in goede banen te leiden.
Niet eerder kwamen er zoveel ervaren televisiemakers bij elkaar in een studio zonder dat daarbij een camera aanwezig was. Paul de Leeuw noemde het een soort hemel, om met zoveel vakgenoten te mogen praten over de leuke kanten van het vak. Op een groot scherm kwamen twintig fragmenten voorbij die waren aangedragen door mensen in de zaal. Telkens ingeleid door degene die het fragment wilde laten zien en na afloop was er ruimte om kort te reageren. Het ging alle kanten op en dat maakte deze avond heel bijzonder. We keken naar de landing op de maan, naar een fragment uit de boks documentaire When we were Kings, maar ook naar een scene uit Schindlers List, naar de Soundmixshow, een stukje RedBull TV, Memories uit 1997 en we hoorden het hilarische verhaal achter de TopPop-clip van Nena’s 99Luftballons uit 1983. Met z’n allen lagen we in een deuk tijdens een totaal uit de hand gelopen live TROS-programma met Arie Ribbens als slecht playbackende muzikale afsluiter. Vol bewondering keken we naar het werk van de beroemde Engelse regisseur Hamish Hamilton. Ik zag het begin van een epische muziekdocumentaire over The Foo Fighters die ik zeker wil gaan kijken. Een unieke registratie van Underworld op Lowlands en een fake ruzie tussen Paul de Leeuw met zijn vaste cameraman Julian Marks uit het programma Pa Paul. Ook de legendarisch stagedive van Eddie Vedder tijdens Pinkpop 1992 kwam voorbij, waarbij de zanger van Pearl Jam een televisiecrane gebruikte als springplank. Het is teveel om op te noemen en onmogelijk om met woorden een goed beeld te schetsen. Ik heb gelachen en gehuild, maar ben vooral geïnspireerd geraakt door zoveel bevlogen collega’s uit het wereldje waarin ik me mag begeven.
De rode draad van al die fragmenten was dat je pas een goed programma, een mooie film, documentaire of tv-registratie kan maken wanneer je een sterk idee hebt, weet wat je wilt laten zien en samenwerkt met mensen die hun vak verstaan. Techniek is een belangrijke bijzaak, maar het gaat om inhoud, respect, bewondering, verwondering en vertrouwen in elkaar.

Met een buitengewoon vrolijk gevoel sprak ik na afloop collega’s van verschillende disciplines, uit verschillende bedrijven en allemaal hadden we na deze reünie zin om mooie dingen te maken. Om samen nieuwe avonturen te beleven. Iedereen vond het een bijzondere avond en ik denk dat het ook een succes had kunnen zijn als deze bijeenkomst, in de vorm van een soort Zomergasten voor TV makers, integraal was uitgezonden. Toch denk ik dat het juist mooi is om dit avondje lekker voor onszelf te houden. Ik hoop wel dat er over een jaartje een vervolg komt en ik kan iedereen die er gisterenavond niet bij was van harte aanraden om dan wel de agenda vrij te houden voor de ‘vakbroeders fragmentenbingo’ van Eduard Huis In’t Veld.



vrijdag 13 oktober 2017

visuele armoede

Voor een reportage interviewen we mensen die allemaal boos zijn op hetzelfde bedrijf. De redactie heeft drie afspraken gepland. Binnen tien uur moeten we het rondje Hilversum – Hoofddorp – Naaldwijk – Sliedrecht – Hilversum maken. Het komt er op neer dat we effectief ongeveer twee uur per locatie hebben. De lunch wordt een broodje bij de pomp en we mogen niet in de file terecht komen.
We filmen onze hoofdpersonen thuis. Ze wonen allemaal in piepkleine huizen of flats, roken shag en op de bank ligt een grote stinkende hond. Die zwarte oude bank staat tegen de kale witte muur of onder het raam. Daar recht tegenover hangt de allergrootste LCD die je kan vinden. Er zijn nog twee lelijke draaistoelen in de ruimte (op eentje ligt de dikke luie kat) en een kleine eetkamertafel die ook tegen de muur staat. Het creëren van een interviewshot met enige diepte is in zulke woonkamertjes een hele opgave. Zeker vandaag, want het is een voor cameramensen dodelijke ‘zon-wolken-zon-wolkendag’. Om de twintig seconden verandert het licht. Het ene moment schijnt de zon fel, even later is het hartstikke donker. De cameraman moet voortdurend aan het diafragma schroeven met alle gevolgen van dien voor de scherptediepte. De verouderde lichtset is niet toegerust om tegen deze zon op te boksen. Het sluiten van gordijnen is geen optie, want tijd en ruimte om dit woonkamertje uit te lichten is er niet. Bovendien kom je dan weer in de knoei met de onvermijdelijke snijshots.
Die ‘snijshots’, daar moeten we het even over hebben. Het onderwerp is niet bepaald sexy, de locatie niet fotogeniek en de hoofdpersoon ook niet. Hij of zij kan niets doen wat met het onderwerp te maken heeft, maar de interviews zijn oeverloos en moeten bruut worden ingekort. Daar heb je bij televisie dan beelden voor nodig die je over de audiolassen heen kan plakken. Dus vragen we na afloop van het interview aan de mensen of ze even plaats willen nemen achter hun computer. In principe levert dit nog de meest voor de hand liggende beelden op. Close muis, close toetsenbord, overshoulder naar computerscherm en recht van voren, de persoon in het gezicht kijkend. Een extreme close van ogen die iets lezen… Maar wat dan? Vaak is dit voor een verslaggever of regisseur niet genoeg. In de montage kunnen ze misschien nog iets met de screenshots van een website, maar eigenlijk willen ze altijd meer verschillende beelden hebben. Bijvoorbeeld om iemand te introduceren. De filmploeg gaat krampachtig op zoek naar kleine scenes… die er nooit zijn. Dus draait het uit op een mevrouw die Senseo aan het zetten is, een boterham moet smeren, komt aanlopen met de koffie, quasi intellectueel een boek uit de kast pakt en op de bank gaat zitten. Een brief lezen of desnoods een tijdschrift. Doen alsof aan de telefoon. Dingen opruimen die al opgeruimd waren voor de cameraploeg langs kwam. Hond uitlaten. Over de galerij lopen met een tas vol zogenaamde boodschappen.
In het aller ergste geval van visuele armoede draaien we losse luistershots van de interviewer. Knikjes of zelfs de vragen opnieuw stellen in een zogenaamd ‘tegenshot’. Het leidt bijna altijd tot tenenkrommend acteerwerk. Je ziet de mensen waar je te gast bent ook gek kijken wanneer je vraagt of ze nog even willen bladeren in die ene ordner, maar als je uitlegt hoe het werkt gaat er een wereld voor ze open. Zij kijken nooit meer normaal naar de televisie. Elke avond zullen ze dit soort clichébeelden voorbij zien komen en zich realiseren dat weer iemand toneel heeft moeten spelen.

Volgende keer behandel ik de overbodige shots van plaatsnaambordjes, ‘onherkenbaar in beeld’ en exterieurshots die uit de (wolken)lucht komen vallen.



Deze column schreef ik voor BM (voorheen Broadcast Magazine), hét mediavakblad van Nederland. Elke maand mag ik een stuk schrijven voor dit prachtige tijdschrift in de reeks ‘Point of view’. Dit betoog staat in BM 368, de uitgave van oktober 2017. Een abonnement op BM kan ik iedereen die werkzaam is in de audiovisuele sector aanraden.



dinsdag 10 oktober 2017

hengst

‘Mevrouw! Mevrouw! Hoe heet u?’
‘Annie…’ zegt ze. En ze kijkt me aan met een vragende blik.
‘Waar werkt u, Annie?’
‘In het ziekenhuis van Hengeloooo. Hoezooo?’
‘Vind u het goed als ik een keer met mijn dronken hoofd naar het ziekenhuis van Hengelooo kom en daar wat dingen omver gooi wanneer u aan het werk bent?’

Ik ben vandaag in een bijzondere bui. Die duurt al van vanochtend vroeg en inmiddels ben ik drijfnat. Het was een kort nachtje en zo is nu ook mijn lontje. Ik hoor mezelf tegen Annie uit Hengelo praten en zie het grote vraagteken boven haar tipsy hoofd. Ze heeft hélémaal geen idee.
Annie is een dagje uit met vrienden. Naar de paardjes kijken in Boekelo. Blijkbaar had ze VIP-kaarten, want ze is nagenoeg droog. Aan de buitenkant. Er zit volgens mij wel genoeg vocht ìn. Ik denk namelijk niet dat deze Annie in nuchtere toestand het lef zou hebben om tot twee keer toe (met opzet!) op de lange rode camerakabel te trappen.
Die kabels zijn afgelopen donderdag al uitgerold. Er ligt ongeveer 4,5 kilometer en het is de sport om die binnen een uur, direct na afloop van de lange live-uitzending, met de hele ploeg op te ruimen. Vandaag is dat een opgave, want het terrein van de Military is één grote modderpoel. Als je aan de kabels trekt komt er een enorme hoeveelheid bagger mee. Ik zit op mijn knieën bij een haspel en probeer zo netjes mogelijk deze 300 meter op te rollen. Inmiddels zie ik er uit als een Afrikaans stamhoofd, met overal strepen en spatten modder. Zelfs mijn tanden knarsen. Niet alleen van het zand, maar ook van Annie en haar paardenvrienden.
Het is namelijk echt niet grappig als mensen op de kabel trappen die jij net met grote snelheid aan het ophaspelen bent. Je zit in een flow en kijkt in de richting van de haspel, niet achter je. Opeens staat alles stil. Je schrikt, het kan pijn doen, maar het is vooral hoogst irritant. Weer opnieuw de boel in gang trekken en door… Tot de volgende lolbroek op je kabel stapt.
Soms trapt iemand geheel per ongeluk op een kabel. Kan gebeuren, lukt mij ook wel eens, maar vaak doen wij klussen die eindigen in een feestje en waarbij de mensen dan in een soort lollige toestand zijn op het moment dat wij onze kabels gaan opruimen. Dat is altijd een ongelukkige samenloop van omstandigheden.
Zo is het ook heel vervelend als mensen andere kabels over de onze heen hebben getrokken. Of er tussendoor. Dat er opeens een hele feesttent over de kabelloop is gebouwd, dat er pallets met vaten bier bovenop staan, een auto met zijn banden of dat een slimmerik de boel om de paar meter heeft vastgezet met tie-wraps.
Ik moet het van me af laten glijden, als de natte drek uit mijn handen. Annie kan er ook niks aan doen. Geintje, zal ze gedacht hebben. Degene die zijn bakje patat precies op een tros camerakabels heeft laten vallen, zal dat ook niet gedaan hebben om mij boos te maken. Vies is het wel. Eerst denk je dat er stront voorbij komt en dan pas ruik je de satésaus. Kan ook andersom, trouwens.
Laat het gaan, laat het gaan!
De eikel die verderop doodleuk over onze kabels staat te pissen, kan ik echter wel een hengst (toepasselijk) voor zijn kop geven.

‘Hey, ken jij Annie?’
‘Neuh, hoezo?’
‘Die werkt in het ziekenhuis van Hengelooo.’
‘Ja, en?’
‘Nou, als je niet heel snel met je lompe poten van die kabels af gaat, dan leer je haar morgen misschien kennen…’
‘Morgen?’
‘Ja, want vandaag is ze er niet.’




donderdag 5 oktober 2017

ware liefde

Gisterenavond maakte ik deel uit van een fijne ploeg professionals die, in het schitterende Amsterdamse Theater Carré, de voorstelling ‘100 jaar Wim Sonneveld’ mocht registreren voor een tv-uitzending op oudjaarsavond. Alles zat mee. We hadden de beste technische middelen, op een geweldige locatie en we stonden bij een mooie voorstelling vol nostalgische liedjes die het waard zijn om weer eens rustig te beluisteren. Er was tijd, het was goed voorbereid en we konden zelf kiezen wat we wilden eten. De repetitie verliep vlekkeloos. Tijdens de opname was het prijsschieten. Het was zo’n dag waar het plezier vanaf droop. Bijna beangstigend lekker.
Vanmorgen opende ik mijn Facebook en las het volgend dankwoord van regisseur Peter Blom:

Ik ben niet iemand die goed is in vriendschappen. Het is niet perse dat ik er te druk voor ben. Het gaat denk ik meer om een hele diepe existentiële ongemakkelijkheid in het contact met mensen. Als ik een excuus heb om niet af te spreken gebruik ik dat snel. Best jammer vind ik dat want als ik me er aan over kan geven geniet ik er wel van.
Het delen van iets van mezelf dat er echt toe doet en daarin dan iets wezenlijks van de ander ontmoeten. Een fijner gevoel is er eigenlijk niet. 
Misschien dat ik het daarom iedere keer weer zo euforisch vind om met een groep bijzondere mannen en vrouwen, van de techniek om me heen een concert of een theatershow op te nemen.
Gisteravond mocht ik weer.
Het Wim Sonneveld Gala in Carre. Het was prachtig. Ik doe de meeste dagen leuk werk. Maar de keren in het jaar dat je deze vorm van schoonheid mag ontmoeten in het meest iconische theater van Nederland...
Opeens is het dan weg die ongemakkelijkheid. Ik sta, in het begin van de dag dan in het midden van de groep. Ik kijk om me heen en ontmoet de ogen van mensen die ik echt mag en vertrouw. En ik probeer mijn ontroering, liefde en respect voor wat we mogen opnemen te delen met mensen voor wie ik op dat moment ook heel veel liefde en respect voel. En als ik dan in de wagen zit en we gaan en ik voel dat we samen worden opgetild, dat we vliegen, met de wind van de mooiste klanken en prachtigste zinnen onder onze vleugels, dat we elkaar ontmoeten op een heel diep niveau, zonder woorden en zonder dat we elkaar kunnen zien, dan ben ik zo dankbaar.
Dat is heel kwetsbaar en heel intiem. Gisteren was het weer zo'n avond. Wat een bijzondere mensen mag ik dan mee werken. Bijeengebracht door Facility House. Ongelooflijk bedankt iedereen. Het was heel bijzonder.

Het is welgemeend en komt recht uit het hart van een prachtige vent. Ik vind dit mooi en voel me oprecht zeer vereerd. Zulke woorden, die hij ook altijd gebruikt tijdens zijn heerlijke regiebesprekingen, helpen mij. Het motiveert me om nóg een stapje harder te lopen. Bij zo'n regisseur ben ik tot de tenen toe gemotiveerd en zal ik mijn uiterste best doen voor dat ene extra te gekke shot, voor die subtiele scherpteverlegging of om die kleine misser te voorkomen. Dat doe ik in principe elke dag, maar toch is er verschil.
Mensen die nog denken dat ons wereldje het beste gedijt bij eenrichtingsverkeer, personen afzeiken, cynisme, klagen, uitknijpen, negativisme en stoerdoenerij die hebben het mis. Met passie en liefde kom je veel verder. Het is juist de kunst van produceren en regisseren om een heel team voor je te winnen. Ze gaan sneller door het vuur op basis van vertrouwen en respect. Natuurlijk mag je kritisch zijn als het beter kan, maar het is altijd de toon die de muziek maakt. Dat wordt helaas wel eens vergeten en dat is zonde. Televisie maken is het aller aller mooiste als iedereen het met enthousiasme en plezier doet en zich kwetsbaar durft op te stellen. Volgens mij kan je alleen met een positieve houding het onderste uit de kan halen. Wie de juiste snaar raakt, weet dat een volgende keer de mensen waarmee je graag werkt hun uiterste best zullen doen om er weer bij te kunnen zijn.

Beste Peter, de liefde is geheel wederzijds. Ik weet dat het jou helemaal niet te doen is om het volgende, maar het is nou eenmaal gebruikelijk in Omroepland om te zeggen wanneer je het goed gehad hebt met elkaar: ‘We gaan je aanvragen!’